Screening op borstkanker

Vrouwen die vóór het 40e levensjaar behandeld zijn met radiotherapie, waarbij het borstweefsel is blootgesteld aan bestraling (bijvoorbeeld bij een mantelveldbestraling), hebben een verhoogde kans op borstkanker. Het risico tot 30 jaar na de behandeling is ongeveer 19%. Dit risico is veel hoger dan in de algemene bevolking en daarom is het belangrijk dat deze groep vrouwen vanaf jongere leeftijd wordt gescreend op borstkanker dan andere vrouwen (normaal start screening op borstkanker bij vrouwen in Nederland via het bevolkingsonderzoek vanaf de leeftijd van 50 jaar).

In een deel van de ziekenhuizen in Nederland worden vrouwen die behandeld zijn voor hodgkinlymfoom en die een verhoogd risico hebben op borstkanker sinds een aantal jaren onder controle gehouden en wordt bij hen regelmatig een mammogram en/of een MRI-scan gemaakt. Een MRI is een beeldvormend apparaat dat gebruik maakt van magnetische velden en het binnenste van het lichaam in beeld kan brengen. Vooral bij jonge vrouwen heeft het maken van een MRI-scan van de borst duidelijke meerwaarde ten opzichte van de standaardscreening met alleen een mammogram.

Omdat niet alle ziekenhuizen dezelfde manier van screening aanhouden wordt er door de projectgroep BETER een speciale screeningsrichtlijn voor voormalig hodgkinlymfoompatiënten ontwikkeld. Deze screeningsrichtlijn moet er voor zorgen dat straks alle deelnemende ziekenhuizen deze vrouwen op dezelfde wijze onderzoeken op borstkanker.