Ria Hildering: "De gevolgen..."

Het is precies tweeëndertig jaar geleden dat ik mijn laatste bestraling kreeg. In de zomer van 1978 begon de behandeling. Ik was al twee keer met een opgezette klier naar de dokter geweest, maar pas de derde keer werd hij verwijderd en onder de microscoop gelegd. De internist in het Diaconessen Ziekenhuis, waar ik in de verpleging werkte, zei: "Ach zuster Ria, hoe kan dat nou toch...". Alsof ernstige ziekten aan artsen en verpleegkundigen voorbij gaan...

Ik was 41 jaar toen de diagnose werd gesteld. Chemotherapie bestond nog niet en bestralen deden ze niet in het ziekenhuis waar ik werkte. Voor elke behandeling moest ik met de taxi naar het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. Waar ik al niet in gereden heb... Zo'n lange witte bruidsauto... een lijkwagen... "Als u de zwarte gordijntjes maar weghaalt", heb ik tegen de chauffeur gezegd.

In het ziekenhuis werden uit voorzorg al mijn kiezen getrokken, omdat die een bron van infecties kunnen vormen. Met dik paars krijt werden bestralingsgebieden op mijn lichaam afgetekend. Ik lag onder een glazen plaat, waarop met stukken lood kwetsbare organen waren afgeblokt. Hoewel er bij mij geen uitzaaiingen waren aangetroffen werden van boven tot onder en van achteren en van voren alle lymfebanen bestraald. Drie weken op en dan weer drie weken af om te herstellen.

Met de zware kobaltbestralingen van die tijd werd de patiënt eigenlijk zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Over mijn hele lichaam verbrandde mijn huid. Als ik mijn armen moest spreiden, stond ik te janken van de pijn. Daar had de radioloog mij van te voren niets over verteld. Ze vertelde sowieso weinig. Niet over dat mijn schildklier zou beschadigen, niet over de aangetaste slijmvliezen in het spijsverteringstelsel en niet over de botontkalking. Eén keer waarschuwde ze me dat ik geen medicijnen mocht slikken tegen diarree, "want dat hoorde erbij".

De lymfklierkanker waarmee ik dertig jaar geleden werd geconfronteerd heb ik overleefd. Dat was zeker in die tijd eigenlijk al een wonder en daarvoor ben ik ook heel dankbaar. Maar met de gevolgen van de behandeling heb ik tot op de dag van vandaag te maken. Ik slik sinds 1978 medicijnen die de functie van de schildklier hebben overgenomen en ik kamp met vermoeidheid. Een aantal jaren geleden bleek bovendien dat de bestraling mijn botten heel broos heeft gemaakt. Bij een val van mijn fiets brak ik mijn bekken en de breuk wilde niet meer genezen. Met behulp van een ijzeren plaat en een serie schroeven ben ik toch weer mobiel geworden. In dát been moet binnenkort ook mijn kniegewricht worden vervangen, ik zie erg tegen die operatie op. Ik moet voor de achtste keer in vier jaar onder narcose en ik merk nú al dat ik af en toe niet op een woord kan komen.

Tekst: Jeroen Terlingen - LVN