Tweede soort kanker

Informatie over late effecten

Algemeen

Wanneer u in het verleden bent behandeld voor hodgkinlymfoom heeft u in vergelijking met uw leeftijdgenoten die niet behandeld zijn voor hodgkinlymfoom een iets hoger risico op het ontwikkelen van een nieuwe vorm van kanker. Dit hogere risico wordt vooral veroorzaakt door de behandeling. Hoe hoog het risico is, hangt af van factoren als uw huidige leeftijd, uw leeftijd ten tijde van de behandeling en het soort behandeling een belangrijke rol.


Behandeling

Behandelingen die bijdragen aan het risico op het ontwikkelen van een tweede soort kanker zijn:

Chemotherapie:
Bepaalde cytostatica kunnen, afhankelijk van de gegeven dosis, acute leukemie veroorzaken. Het risico op leukemie na een behandeling met chemotherapie is alleen verhoogd tot 10 jaar na de behandeling. Onderstaande cytostatica kunnen het risico op een acute leukemie verhogen en komen voor in de genoemde soorten chemotherapie.

CytostaticaChemotherapie
AdriamycineABVD, MOPP/ABV, MOPP/ABVD, OEPA, OPA, OPPA, Stanford V
CarmustineBEAM
ChloorambucilCCEP, CEC, ChlVPP, LOPP
ChloormethineMOPP, MOPP/ABV, MOPP/ABVD, Stanford V
CisplatinDHAP
CyclofosfamideBEACOPP, COPP
EpirubicineEBVP
EtoposideBEACOPP, CCEP, CEC, Ifosfamide/Etoposide, OEPA, Stanford V, VIM
IfosfamideVIM
LomustineCCEP, CEC
ProcarbazineBEACOPP, COPP, ChlVPP, LOPP, MOPP, MOPP/ABV, MOPP/ABVD, OPPA  

Daarnaast kan een behandeling met de chemotherapiekuur MOPP het risico op  longkanker verhogen. Dit lijkt veroorzaakt te worden door het cytostaticum procarbazine, maar dat is nog niet wetenschappelijk bewezen. Het risico is hoger als meer kuren zijn gegeven.

Radiotherapie

Doordat de bestraling ook gezonde weefsels raakt, kunnen er in gezond weefsel fouten in het DNA optreden. Wanneer er meerdere fouten zijn opgetreden, kan er een nieuw soort tumor groeien in het gebied waar men bestraald is. Radiotherapie voor hodgkinlymfoom verhoogt het risico op het ontwikkelen van verschillende soorten kanker zoals:


In tegenstelling tot leukemie, treden deze tumoren vaak pas 10 jaar of langer na de behandeling op. Het risico op het ontwikkelen van een tweede soort kanker blijft voor lange tijd verhoogd, zeker tot 35 jaar na de behandeling. De gegeven bestralingsdosis en de grootte van het bestralingsveld spelen een belangrijke rol bij de mate van risicoverhoging. Hoe hoger de dosis en hoe groter het bestraalde gebied, hoe hoger het risico.


Alarmsignalen

Het KWF kankerbestrijding heeft 9 signalen samengesteld, welke de meest herkenbare signalen voor kanker zijn.

De volgende klachten kunnen wijzen op kanker:

1.  Blijvende heesheid of hoest, eventueel met bloed in opgehoest slijm.
2.  Slikklachten; als slikken pijn doet, het eten slecht zakt of blijft steken.
3.  Nieuwe of veranderende moedervlekken; vorm, omvang, uiterlijk, jeuk of
     bloeden.
4.  Een schilferend plekje of bobbeltje op uw huid.
5.  Een verdikking of bobbel(tje) ergens in uw lichaam, bijvoorbeeld in
     borst(en), zaadbal(len), hals, oksel, lies of elders in het lichaam.
6.  Bij de vrouw ongewoon vaginaal bloedverlies of abnormale afscheiding
     buiten de menstruatie.
     Bij de man zaadbalklachten.
7.  Blijvende verandering in de stoelgang zonder duidelijke aanleiding, of
     ongewoon bloedverlies en/of slijm bij de ontlasting.
8.  Veranderingen bij het plassen zoals moeilijker kunnen plassen, vaker
     moeten plassen, pijn bij het plassen of bloed in uw urine.
9.  Gewichtsverlies zonder aanleiding.

Open hier de folder: Vroege ontdekking: wat kunt u zelf doen? Of ga naar de website van KWF kankerbestrijding.


Risico verminderen

Gezien de verhoogde kans op het krijgen van een tweede soort kanker, is het extra belangrijk om ongezond gedrag te vermijden. Adviezen:
  • Niet roken
  • Voldoende bewegen
  • Gezond en veelzijdig eten
  • Overgewicht voorkomen
  • Matige consumptie van alcohol
  • Vermijden van zonverbranding
  • Jaarlijkse screening op borstkanker (zie borstkanker voor uitleg)
  • Alert zijn op klachten in organen die in het bestralingsgebied hebben gelegen en tijdig naar de huisarts gaan om deze klachten te bespreken.