Schildklieraandoeningen

Informatie over late effecten

Hyperthyreoidie

Bestraling op de hals kan de werking van de schildklier veranderen. Wanneer de schildklier meer schildklierhormoon produceert, spreekt men over hyperthyreoïdie.

Symptomen
De hormonen hebben invloed op uw stofwisseling, waardoor de volgende verschijnselen kunnen optreden:

  • Gewichtsverlies ondanks toegenomen eetlust en voedselconsumptie
  • Snelle, soms onregelmatige hartslag
  • Tremor (trillen) van de handen
  • Warme huid, die vochtig is van het zweten
  • Overgevoeligheid voor warmte
  • Angsten en slapeloosheid
  • Frequente stoelgang
  • Gezwel in de nek door de opgezette schildklier
  • Spierverslapping
  • Onregelmatige menstruatie

Het risico
Hyperthyreoïdie hoeft niet direct na de behandeling te ontstaan, maar kan zich ook jaren na de behandeling nog ontwikkelen. Daarnaast kan het zo zijn dat u wel een hyperthyreoïdie heeft, maar dat u er nog geen klachten van heeft. Het risico op het ontwikkelen van een hyperthyreoïdie na een bestraling op de hals ligt rond de 5% na 30 jaar.

Klachten verminderen
Soms zijn de klachten erg duidelijk, maar u kunt ook niets in de gaten hebben. Wanneer u behandeld bent voor hodgkinlymfoom en nog onder controle bent bij uw behandelend arst zal de schildklierfunctie regelmatig worden onderzocht (zie ook richtlijn schildklierschade).

Als de specialist of huisarts hyperthyreoïdie vermoedt, zal in het bloed de hoeveelheid schildklierhormoon worden onderzocht. Daarnaast zal hij de hals bekijken op vergroting van de schildklier. Soms wordt er om de werking van de schildklier in beeld te brengen ook nog een radionuclidescan gemaakt.

Een te snel werkende schildklier is te behandelen met medicijnen en/of radioactief jodium.