Algemeen

Steeds meer mensen genezen van een hodgkinlymfoom. De 10-jaarsoverleving van hodgkinpatiënten ligt, afhankelijk van het stadium van de ziekte als de ziekte wordt ontdekt, boven de 80%. De behandelingen die gegeven worden voor hodgkinlymfoom zijn dus zeer effectief. Omdat er steeds meer mensen van hodgkinlymfoom genezen komt er steeds meer duidelijkheid over de late effecten van de behandeling.

Onder late effecten worden aandoeningen verstaan die zich ontwikkelen maanden tot jaren na de behandeling. Late effecten van behandeling zijn doorgaans aandoeningen die ook kunnen voorkomen bij mensen die niet voor hodgkinlymfoom zijn behandeld. Maar overlevers van hodgkinlymfoom hebben door de eerdere behandeling wel een veel grotere kans om zo'n aandoening te krijgen. Als een hodgkinlymfoom overlever zo'n aandoening ontwikkelt, kun je nooit met zekerheid zeggen of dit door de eerdere behandeling is gekomen of dat deze persoon de aandoening anders ook gekregen zou hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hart- en vaatziekten.

De volgende behandelingen kunnen late effecten veroorzaken:

  • Radiotherapie
  • Chemotherapie
  • Splenectomie (miltverwijdering)
  • Stamceltransplantatie

In de wetenschap is er veel aandacht voor deze late effecten en er wordt veel onderzoek gedaan naar het vóórkomen hiervan.Op de volgende pagina's kunt u meer lezen over welke late effecten er dan ontstaan. U kunt zoeken op aandoening maar ook op behandeling.